



Al was er op de top tussen de Europese en de Afrikaanse Unie uiteraard geen Chinese vertegenwoordiger aanwezig, toch hing de schaduw van de Volksrepubliek boven de gesprekken. De EU wil zich steeds meer de status van wereldmacht toe-eigenen, maar is toch aardig op weg naar een tweederangsrol in Afrika.
De voorzitter van de Europese Raad liep over van trots. “Zoals u weet is de Europese Unie de grootste partner van Afrika en zijn dichtste buur”, zei Donald Tusk in zijn slotwoord op de vijfde topontmoeting tussen de EU en de Afrikaanse Unie (AU). De EU is voor het zwarte continent de “grootste investeerder en grootste handelspartner”. De EU betaalt “de grootste som aan ontwikkelingsgeld en schenkt de grootste hoeveelheid humanitaire hulp”. De EU “levert de grootste bijdrage aan Vrede en Veiligheid.”
En toch is de EU, volgens Tusk, nog niet tevreden. In Abidjan keek de Raadsvoorzitter de deelnemers veelbetekenend aan: “Deze top heeft aangetoond hoe vastberaden we zijn om ons partnerschap nog verder te versterken.”
Maar grootspraak duidt niet altijd op een sterke positie. Vaak moet grootspraak zwakte verhullen.
De EU is in Afrika de voorbije jaren immers op talloze vlakken in het defensief gedrongen. In de eerste plaats op economisch vlak, want ook al blijft Europa – als je de individuele inspanningen van de lidstaten optelt – nog steeds de sterkste niet-Afrikaanse handelspartner van het continent, veel voorsprong heeft het niet meer. De oorzaak daarvan is de steile opgang van China, dat in Afrika reusachtige stappen vooruit zet.
Die ontwikkeling is bijzonder treffend op handelsvlak. In 1995 bedroeg de import van de Afrikaanse landen vanuit hun vroegere koloniale machtsbases nog 40%. Het was de kolonisatoren immers gelukt hun exclusieve positie over de onafhankelijkheidsfase te tillen. In 2015 was dat Europese importpercentage al gezakt tot 24%. China daarentegen, dat in 1995 haast nog volledig afwezig was in Afrika, realiseerde in 2015 al iets meer dan 21% van het totale Afrikaanse importcijfer.
Het tweede niveau waarop de EU in het defensief wordt gedrongen, is dat van de migratie. Vandaag leven al meer dan 1,2 miljard mensen op het Afrikaanse continent. Dat getal zou tegen 2050 wel eens kunnen verdubbelen. Dat zou dus kunnen betekenen dat als de uitbuiting van Afrika door het rijke Westen niet doorbroken wordt, het aantal Afrikanen dat zijn geluk elders zal gaan zoeken – omdat ze geen andere uitweg zien – alleen maar zal toenemen. Er worden door Europa studieprogramma’s voor Afrikaanse studenten opgesteld met de bedoeling de Afrikaanse elite verder richting Europa te stimuleren. De laatste jaren heeft China echter met zijn eigen beursstudentenbeleid toenemend succes bij de komende generatie Afrikaanse academici.
Dit is een ingekorte versie van een artikel dat verscheen in Junge Welt op 2 december 2017
Dit artikel komt uit het magazine Solidair van maart-april 2018. Abonnement